Stichting ANGOB

 

ALCOHOLBRANCHE ONDERMIJNT HET MATIGINGSBELEID

Onze cultuur is de afgelopen zestig jaar steeds sterker met alcohol doordrenkt geraakt. Alcoholreclame is prominent aanwezig in het straatbeeld, op de beeldbuis en in de pers. Voor drank hoef je niet meer naar de slijter, iedere supermarkt verkoopt het. Alcoholgebruik wordt normaal gevonden bij alle mogelijke gelegenheden. Eén of meer flessen drank aanbieden bij een felicitatie of als bedankje, is een gewoonte die blindelings gevolgd wordt.

Vóór 1940 was dat anders. Toen werd alcohol nog algemeen erkend als een gevaarlijk goedje waar je heel voorzichtig mee moest zijn. Thuis en op vergaderingen werd vooral koffie of thee gedronken. De sportwereld was nagenoeg alcoholvrij. Voor velen was een alcoholisch drankje uitsluitend voor de zondag of voor een feestdag.

Na de tweede wereldoorlog is dat allemaal gaan veranderen. Sinds 1955 is het Nederlandse alcoholgebruik bijna viermaal zo hoog geworden. De toename van welvaart en van vrije tijd, het toegenomen toerisme naar wijndrinkende landen, de steeds geraffineerdere alcoholreclame, het verhoudingsgewijs steeds goedkoper worden van drank en het verzwakken van de herinnering aan de vroegere wantoestanden, zij hebben alle een steentje bijgedragen aan de toename van de consumptie. En daardoor zijn de alcoholproblemen de pan uit gerezen.

Het tijdsbeeld van vóór de tweede wereldoorlog is vrijwel verdwenen uit het collectief geheugen. Voor de meesten van de huidige generatie is er niets bijzonders aan de hand met alcohol. Drinken hoort er bij. Alcohol is een gewoon dagelijks consumptieartikel. Er heeft op dit punt een volledige cultuuromslag plaatsgevonden. Daardoor beseffen slechts weinigen dat het ook anders kan met alcohol.

De opvatting dat alcohol heel gewoons is, heeft ook het denkpatroon van veel politici in zijn greep. Daardoor komt het ontmoedigingsbeleid niet uit de verf. De toegenomen problemen hadden ertoe geleid dat er sinds 1986 een ontmoedigingsbeleid betreffende alcohol wordt gevoerd. De problemen zijn echter nog niet verminderd. Het beleid is dus niet effectief geweest.

De alcoholnota van 1986 onderschrijft de mening van deskundigen dat alleen een maatschappijbrede aanpak van de problemen effectief zal zijn. De nota stelt dan ook een groot aantal maatregelen voor, gespreid over drie sectoren : voorlichting, hulpverlening en wet- en regelgeving.

De alcoholbranche verzet zich tegen veel van de voorgestelde maatregelen, met name tegen die op het gebied van de wet- en regelgeving. Om die maatregelen tegen te houden voert zij een intensieve lobby richting de leden van de Tweede Kamer. Zij vindt daarbij meestal een gewillig oor als gevolg van bovengenoemde cultuuromslag met betrekking tot alcohol.
Vooral de meest efficiënte maatregelen hebben daardoor het loodje moeten leggen. Er is geen verbod op etherreclame voor alcohol gekomen, geen speciale breezeraccijns, geen algehele accijnsverhoging, geen verhoging van de leeftijdsgrens naar 18 jaar voor alle soorten drank, enz.
De alomtegenwoordigheid van alcohol en de voortdurende druk van de vaak misleidende alcoholreclame hebben het publiek gehersenspoeld. De alcoholbranche bepaalt daardoor wat er wel en wat er niet gebeurt.