Stichting ANGOB

 

TOEGEZEGDE MAATSCHAPPIJBREDE AANPAK VAN ALCOHOL IS ER NOG STEEDS NIET

In 1986 stelde de ministeriële nota "Alcohol en Samenleving" een maatschappijbrede aanpak van de alcoholproblematiek in het vooruitzicht. Een aanpak waar commercieel belanghebbenden zich vanaf het begin succesvol tegen hebben verzet. Anno 2015 moeten wij constateren dat die maatschappijbrede aanpak er nog steeds niet is. Het alcoholbeleid vertoont nog een aantal opvallende lacunes, met name bij de aanpak van de verstrekkers van alcohol.

Meteen al bij het begin sloeg de alcohollobby een bres in het brede beleid. Zij wist de Tweede Kamer zo te bewerken dat die een belangrijk deel van het beleid toevertrouwde aan zelfregulering door de alcoholbranche. En die branche werd niet moe te roepen dat zij graag met de overheid wilde samenwerken bij het bestrijden van de uitwassen van de alcoholconsumptie. Maar dan moest de "sociale drinker" wel ongemoeid gelaten worden. Die hardwerkende brave Nederlander had zijn alcoholische ontspanning meer dan verdiend. Dus harder straffen van degenen die zich aan de uitwassen bezondigden, maar de alcoholcultuur ongemoeid laten.

Het duurde tot november 2000 voordat er een nieuwe Drank- en Horecawet van kracht werd. De tekst van die wet was bovendien behoorlijk afgezwakt in vergelijking met de tekst van de Nota. Feitelijk was het grotendeels een raamwet. Veel zaken moesten nader geregeld worden door uitvoeringsbesluiten.

De genomen uitvoeringsbesluiten laten zien hoe sterk de invloed van de alcohollobby is. Zij zijn in meerderheid gericht tegen de uitwassen, en laten de alcoholcultuur grotendeels ongemoeid. Overlast zoals nachtelijke herrie, vandalisme, wildplassen en dergelijke bestrijdt men door cameratoezicht, meer politie op straat en strenger straffen. Symptoombestrijding dus. Het sluitingsuur vervroegen tot 24.00 uur is voor de gemeente goedkoper en minstens zo effectief. Alleen begint de horeca dan te zeuren over omzetverlies. Dat verlies is echter onlosmakelijk verbonden aan terugdringen van overlast. Zonder afname van de alcoholconsumptie is geen afname van de alcoholoverlast mogelijk.

Iets soortgelijks zien we bij de bestrijding van dronken rijden. Jarenlang heeft men vertrouwd op strenger straffen en vergroten van de pakkans. Maar de alcoholcultuur werd buiten schot gehouden. De verstrekker van drank aan de automobilist was een geachte, hardwerkende burger. Diens nering mocht niet worden aangetast. Bij de bestrijding van de straatterreur door dronken voetbalvandalen hetzelfde. Bij "risicowedstrijden" werden hele regimenten politie, of zelfs de M E opgetrommeld. Pas de afgelopen jaren begint men in te zien dat een alcoholverbod effectiever werkt en goedkoper is. De rekening blijft echter betaald worden door ons burgers, en niet door Heineken of InBev. De vervuiler betaalt niet.

Alcoholgebruik is een zaak van vraag en aanbod, dus van kopers en verkopers. Tot nu toe is het beleid vooral gericht geweest op straffen van de kopers : automobilisten, jongeren, veroorzakers van overlast. Dit beleid heeft nog nauwelijks vermindering van de problemen opgeleverd. Onderzoek heeft al eerder aangetoond, dat alleen van de recente verhoging van de leeftijdsgrens op den duur effect verwacht mag worden. Andere bewezen effectieve maatregelen zijn beperking van de verkrijgbaarheid, prijsverhoging en beperking van de reclame.

Dr.ir. D.Korf