Stichting ANGOB

 

ACCIJNSVERHOGING IS PREVENTIEVE MAATREGEL, GEEN CURATIEVE
Iedere keer dat Volksgezondheid een accijnsverhoging voorstelt, weet de belanghebbende industrie "deskundigen" te vinden die verklaren dat accijnsverhoging niet helpt. Dat zien wij zowel bij alcohol als bij tabak gebeuren. De redenering van die "deskundigen" deugt echter niet.

Accijnsverhoging voor alcohol, wordt meestal bestreden door de overkoepelende organisaties van de branche zelf. Toen vorig jaar februari minister Borst om een forse accijnsverhoging voor tabak vroeg, wist de tabakslobby echter een "onpartijdige buitenstaander", een hoogleraar longziekten, voor zijn karretje te spannen. Professor dr. J.Lammers, hoogleraar longziekten in Utrecht, verklaarde toen : "Mensen zijn altijd bereid meer geld uit te geven, voor welke verslaving dan ook". En hij kreeg daarbij ook nog steun van een woordvoerder van de Amsterdamse Jellinek-kliniek. Deze laatste verklaarde dat hij niet verwachtte dat de prijsverhoging enige invloed zou hebben op het gedrag van verstokte rokers.

Nu was het misschien wel wat onverstandig geweest van de minister van volksgezondheid, om bij haar voorstel tot accijnsverhoging te schrijven dat door een flinke prijsstijging meer mensen zouden stoppen met roken. Daar werd zij op aangevallen. Want een verslaafde heeft per definitie de macht over zijn consumptie verloren. Hij kan niet meer kiezen, hij moet gebruiken ! Dat minister Borst bij haar voorstel ook geschreven had dat zij hoopte vooral jongeren te ontmoedigen om met het roken te beginnen, bleef vrijwel buiten de discussie.

Bij alcohol hebben wij eenzelfde argumentatie gehoord. Zowel bij de discussies over de herziening van de Drank- en Horecawet drie jaar geleden, als bij die over de alcoholnota vorig jaar, als recentelijk bij de verhoging van de accijns op bier en wijn, hebben belanghebbenden verklaard dat accijnsverhoging geen effect zou hebben. In dit geval waren de tegensprekers echter duidelijk als belanghebbenden herkenbaar. Het waren de producenten (brouwers en distillateurs), de importeurs, de slijters en de horeca die om het hardst riepen dat accijnsverhoging niet één verslaafde tot matiging zou bewegen.

Het gaat echter helemaal niet om het genezen van verslaafden. Het gaat erom te voorkomen dat mensen verslaafd raken. En het is nu eenmaal een vaststaand feit dat iemands kans om verslaafd te raken toeneemt naarmate hij of zij méér drinkt. Minder drinken, en later in je leven beginnen met drinken, zijn de beste methoden om de kans op latere alcoholproblemen te verkleinen.

Een prijsverhoging heeft het meeste effect op degenen die weinig geld hebben om te besteden. Daarom zal een prijsverhoging voor alcoholhoudende dranken niet alleen leiden tot een vermindering van de consumptie bij de bestaande gebruikers, maar ook kunnen bijdragen tot uitstel van het begin van alcoholgebruik onder jongeren.

Natuurlijk mogen wij van uitsluitend een accijnsverhoging geen drastische consumptieverlaging verwachten. Deskundigen hebben berekend dat het om slechts enkele procenten zou gaan. Maar als onderdeel van een veel meer omvattend alcoholmatigingsbeleid, heeft een accijnsverhoging wel degelijk waarde. Alle kleine beetjes helpen. Bovendien versterken die kleine beetjes elkaars wanneer zij samengaan.

Binnen een maatschappijbreed alcoholmatigingsbeleid, dat zowel de vraag- als de aanbodzijde van alcohol omvat, zowel de oorzaken als de gevolgen aanpakt, heeft een accijnsverhoging wel degelijk een behoorlijk matigend effect. Binnen een dergelijk breed beleid, is namelijk niet alleen het financieel effect van belang, maar ook het psychologisch effect. Hoe groter het aantal terreinen waarop het publiek iets merkt van het matigingsbeleid, hoe meer het tot het publiek zal doordringen dat het de overheid ernst is met de alcoholmatiging.

Dingeman Korf