Stichting ANGOB

 

NIET TEGEN DE DORST, MAAR VOOR DE ROES 
De meerderheid van de uitgaande jongeren drinkt tegenwoordig excessief veel alcohol. De gevaren daarvan worden door hen nauwelijks onderkend. Roeszoekend gedrag kenmerkt de  huidige stijl van uitgaan. 

Het aantal zware drinkers in de leeftijdsgroep van 18 - 24 jaar is de afgelopen tien jaar sterk toegenomen. Van de jonge mannen van die leeftijdsgroep, drinkt 27 procent méér dan 20 glazen per week. Kijken wij naar de leeftijdsgroep van 22 - 24 jaar dan bedraagt het percentage veeldrinkers zelfs 31 procent. Méér dan 20 glazen per week, wordt algemeen als "onverantwoord drinkgedrag" voor mannen bestempeld. 

Voor vrouwen wordt 13 glazen per week als maximaal aanvaardbaar beschouwd. Van de jonge vrouwen tussen 18 en 25 jaar, drinkt 11 procent méér dan 13 glazen per week. 

Een belangrijke reden voor het veeldrinken, ligt in de huidige uitgaanscultuur. Daarin staat de roes, de "kick" zeer centraal. Veel uitgaansjongeren vertonen roeszoekend gedrag. Hun doel bij het uitgaan is om "uit hun dak" te gaan. 

Om de roes te bereiken worden van oudsher drugs gebruikt. Voor de huidige uitgaansjongeren is alcohol gewoon de goedkoopste, en bovendien legale drug. Alcoholhoudende drank is voor hen allang geen dorstlesser meer, maar een middel om een roestoestand te bereiken. Alcohol is voor hen een drug zoals vele andere.

Jongeren vormen geen van de samenleving geïsoleerde groep. Zij staan met één voet in hun eigen jongerencultuur, maar met de andere voet in de cultuur van de volwassenen. Over en weer beïnvloeden die culturen elkaar. Het drinkgedrag van de jeugd, kan niet los gezien worden van de plaats die de alcohol inneemt in de cultuur van de volwassenen. 

Wanneer in een gezin de volwassenen bij thuiskomst van hun werk steevast een pilsje, wijntje of borrel nemen, schiet bij de kinderen de (vaak onbewuste) opvatting dat alcohol een vast onderdeel van het leven is, onuitroeibaar wortel. Het daadwerkelijke voorbeeld van de ouders, heeft meer invloed dan onverplichtende voorlichtings-praatjes die zij houden. Als ouders zelf geen blijk geven van risicobewustzijn, dan zullen jongeren ook weinig geneigd zijn om zichzelf grenzen te stellen. Jongeren volgen vaak het voorbeeld van ouderen, maar in hun eigen stijl en met hun eigen heftigheid.

De vraag is : hoe kan het gedrag van jongeren in een meer verantwoorde richting omgebogen worden. Daarbij hebben de ouders zoals hierboven betoogd, een belangrijke rol. Maar ook van andere kanten zal hun feitenkennis over en mentaliteit tegenover alcohol beïnvloed moeten worden. En de inrichting van onze samenleving zal ook minder alcoholvriendelijk moeten worden.

De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de jongeren, is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen vier partijen. Activiteiten ter vermindering van de problemen, moeten daarom van vier verschillende kanten komen. Zolang partijen naar elkaar wijzen en elkaar de volledige schuld geven, wordt de vermindering van de problemen uitgesteld tot Sint Juttemis.

De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de jongeren ligt uiteraard in de eerste plaats bij de jongeren zelf. In de tweede plaats bij de ouders (zie boven). In de derde plaats bij de alcoholbranche (handhaving leeftijdsgrenzen, vorm en inhoud van de reclame, enz). In de vierde plaats draagt ook de samenleving, in het bijzonder de overheid, nog een deel van de verantwoordelijkheid (wel of geen alcohol in sportkantines, vergunningenbeleid en sluitingstijden horeca, optreden tegen alcoholische overlast en vandalisme, enz.). Elk afzonderlijk zullen getroffen maatregelen weinig effect hebben, maar bij aanpak over een zo breed mogelijk front versterken de maatregelen elkaar onderling.

            Dingeman Korf