Stichting ANGOB

 

HET WAS WEER CARNAVAL

Carnaval is in Nederland de afgelopen halve eeuw meer en meer veranderd van een plaatselijke verkleedpartij tot een zuipfeest voor "toeristen". De daardoor veroorzaakte herrie, ongevallen en geweldpleging, zijn voor steeds meer mensen reden om het carnaval te ontvluchten. De Nederlandse bungalowparken zijn die week uitverkocht.

Carnaval was in het Zuiden en Oosten van ons land tot de tweede wereldoorlog een feest voor de plaatselijke bevolking. Men verkleedde zich, en onherkenbaar geworden nam men de plaatselijke toestanden en de plaatselijke politiek op de hak. Alcohol was een bijzaak. Tegenwoordig is carnaval een toeristische attractie. Die toeristen willen een roes. De plaatselijke uitbaters willen aan hen verdienen. En zo is geleidelijk alcohol de hoofdzaak geworden van de carnavalsviering.

Sinds de invoering van de herziene Drank- en Horecawet (nov. 2000) is de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) belast met de controle op de naleving van de leeftijdsgrenzen voor alcoholverstrekking. Het excessieve alcoholgebruik tijdens het carnaval, is sinds enkele jaren reden voor de VWA om dan extra controles uit te voeren.

Dit jaar constateerde de VWA dat er een geleidelijke verbetering merkbaar is. Steeds meer exploitanten en carnavalsverenigingen treffen maatregelen om alcoholgebruik door te jeugdigen tegen te gaan. Diverse commerciële feestzalen, buurthuizen en café's hadden een toegangsleeftijd van 16 jaar ingesteld. Speciale feesten voor de leeftijdsgroep 12 tot en met 17 jaar werkten meestal met verschillende polsbandjes naar gelang de leeftijd.

Toch waren er ook nog bedrijven die de regels fors overtraden, zo bleek tijdens de nadere inspectie van een dertigtal verkooppunten van alcohol. Tegen de ondernemers en verenigingen die de regels overtraden, werden in totaal vijf maatregelen getroffen, vier boeterapporten opgemaakt en één schriftelijke waarschuwing gegeven. De overtreders kregen twee dagen later een hercontrole.

Eén bedrijf in Noord-Brabant maakte het heel erg bont, het verstrekte drank zonder ook maar op de leeftijd te letten. Daar kon men het feest meteen beeindigen. De vier aan andere ondernemers uitgedeelde boetes bedroegen 900 euro per geval.

Vechtpartijen, ongevallen en vandalisme tijdens de carnavalsviering waren dit jaar dan ook vooral het werk van volwassenen. De meeste publiciteit kreeg een incident in Venlo. Daar stak een 28-jarige feestvierder in stierenvechterspak een 47-jarige medefeestvierder met een mes in de keel. Gelukkig werd de slagader niet geraakt, zodat het slachtoffer het overleefde. De dader vluchtte, maar werd wat later gearresteerd.

In het buitenland ging het er gewelddadiger aan toe. In Apolda, in het Oosten van Duitsland, vond er een ware veldslag plaats tussen carnavalsvierders en de politie. Er vielen veel gewonden en de politie verrichtte 17 arrestaties.

In Zuid-Amerika geeft het carnaval van oudsher een piek te zien van geweldpleging (per land tientallen doden), van tijdens afwezigheid leeggeroofde huizen, van nieuwe gevallen van AIDS, en negen maanden later een geboortegolfje. In Rio de Janeiro, vroeger berucht door soms meer dan honderd doden, waren het er dit jaar "slechts" enkele. Daarvoor was wel een extra politiemacht van 26.000 man nodig (in 2003 waren daarvoor overigens nog 38.000 man ingezet).

Vermoedelijk de meeste doden vielen in Bolivia, namelijk 60. Tenminste 26 daarvan kwamen om door alcoholische verkeersongevallen, terwijl de dood van zeker vier personen moord betrof. Venezuela meldde "meer dan vijftig" doden door de carnavalsviering. Ook in Ecuador, Colombia en Chili vielen enkele tientallen doden.