Stichting ANGOB

 

ALCOHOL:
NIET DADER MAAR SLACHTOFFER BETAALT DE REKENING

Het drinken van alcohol veroorzaakt in ons land een fors bedrag aan "bijkomende" kosten. Daarin verschilt alcohol van de meeste andere consumptieartikelen. Bij levensmiddelen is normalerwijze na het betalen van de aankoopprijs de rekening volledig voldaan. Bij alcohol is dat gemiddeld genomen, en zeker voor Nederland als geheel, niet het geval. Alcohol is ook geen levensmiddel, maar een genotmiddel. In dit verband is het verbazingwekkend hoezeer het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) zich inzet voor een zo onbelemmerd mogelijke verkoop van alcohol in de supermarkten. Ons inziens branchevervaging.

Enkele jaren geleden heeft econoom Cnossen van het CPB de directe economische schade van het alcoholgebruik voor de Nederlandse samenleving berekend. Die schade is samengesteld uit de kosten voor het producerende bedrijfsleven (ziekteverzuim, productieverlies, kwaliteitsverlies, enz.), de kosten voor het dienstverlenende bedrijfsleven (bijv. schadekosten voor verzekering), de kosten voor de gezondheidszorg en de kosten voor de overheid (politie, justitie, enz.) .

Cnossen kwam tot de slotsom dat de prijs die de samenleving moet betalen voor de negatieve gevolgen van alcoholgebruik veel hoger is dan de opbrengst van de accijnzen op drank. Hij berekende de totale schade op circa 2½ miljard euro, meer dan tweemaal het bedrag van de accijnsopbrengst.
De vraag is dan wie opdraait voor al die kosten. Nadere analyse geeft aan dat de veroorzakers van de kosten meestal vrijuit gaan, en de slachtoffers 60% van de kosten doorbelast krijgen.
Via de accijnsheffing levert de alcoholbranche een bijdrage aan de overheidsfinanciën. Dat zou je als een tegemoetkoming in de kosten kunnen beschouwen. De opbrengst van de accijnzen bedraagt echter slechts goed 40 procent van de schade. De rest van de schade wordt via allerlei omwegen verhaald op de gemiddelde burger. Alle burgers die part noch deel hebben aan de alcoholschade, moeten daar toch aan meebetalen.

Enkele voorbeelden. De schade door alcoholisch vandalisme aan straatmeubilair, plantsoenen en dergelijke, wordt verhaald op alle belastingbetalers in de betreffende plaats door middel van de gemeentelijke belastingen. De schade aan particuliere eigendommen die door verzekeringen is gedekt, wordt verhaald op de burgers door middel van de verzekeringspremies. De schade voor het bedrijfsleven wordt aan de klanten doorbelast via de prijzen van de geleverde goederen en diensten. De kosten voor de gezondheidszorg worden verhaald via de premies. De kosten voor politie en justitie via de belastingen.

Uit een oogpunt van rechtvaardigheid, zouden de daders en niet de slachtoffers de rekening voor alcoholschade gepresenteerd moeten krijgen. In het verkeer gebeurt dat al. Schade door dronken rijden wordt door de verzekeringsmaatschappijen niet vergoed. Maar buiten het verkeer is het in de regel de individuele burger die via omwegen als belasting of premies de rekening betaalt. Toch zijn er wel degelijk mogelijkheden om meer op de daders te verhalen. Laat bijvoorbeeld de ziekenhuiskosten door de comazuipers zelf betalen, verhoog de boetes voor vandalisme, boek alcoholisch ziekteverzuim als opgenomen vakantiedagen, verhoog de accijnzen op alcohol, enz.

Dr.ir. D. Korf