Stichting ANGOB

 

Algemeen effect van roesmiddelen ?
XTC DOET BREIN KRIMPEN

Hersenscans van regelmatige gebruikers van XTC laten zien dat bij hen een bepaald hersengebied kleiner is dan bij niet-gebruikers. Ook alcohol en cannabis kunnen aanleiding geven tot vermindering van het hersenvolume. Dat doet de vraag rijzen of alle roesmiddelen kunnen leiden tot krimpen van de hersenen.

Augustus vorig jaar beschreven Australische artsen twee gevallen van wat zij beschouwden als acute XTC-vergiftiging. De patiënten waren de afdeling voor spoedeisende hulp binnengebracht met als verschijnselen epileptische aanvallen en braken. Het bleek dat beide voordat de klachten optraden fors XTC hadden gebruikt en daarnaast ook nog alcohol. Beide hadden bij eerdere gelegenheden XTC gebruikt zonder dat er zich problemen voor hadden gedaan.

Voor alle zekerheid lieten de artsen van beide patiënten een MRI-scan van de hersenen maken. Daarmee hoopten zij andere oorzaken dan XTC-vergiftiging uit te sluiten. Die scans lieten een zwelling zien in een bepaald hersengebied, de hippocampus. Bij nacontrole drie maanden later, was op dezelfde plaats krimp van het hersenweefsel te zien. De Australische publicatie trok de aandacht van neuroradiologe L. Reneman van het AMC in Amsterdam-Bijlmer.

In 2001 was al aangetoond dat regelmatig XTC-gebruik een negatieve uitwerking heeft op de leerprestaties. Vervolgonderzoek door De Win en Schilt waarbij een groep van zo'n 200 jongeren door de tijd gevolgd werd, liet zien dat bij degenen die XTC gingen gebruiken vooral het korte-termijn geheugen slechter ging functioneren.

Op grond van één en ander nam Reneman een groot aantal recente hersenscans nauwkeurig onder de loep. De uitkomst werd eind april van dit jaar bekend gemaakt. Het was gebleken dat de hippocampus van regelmatige gebruikers van XTC gemiddeld ruim 10 procent kleiner was dan die van niet-gebruikers. Daarnaast was de grijze stof bij de gebruikers met ruim 4 procent afgenomen.

Uit farmacologisch onderzoek naar het effect op het lichaam, is bekend dat na het gebruik van XTC het serotonine niveau verhoogd is. Serotonine is een zogenaamde boodschapperstof. Hij is betrokken is bij het leren, maar ook bij de regulering van de stemming. Verhoging van de serotonine concentratie leidt tot een euforische stemming, anders gezegd tot een roes.

Echter, de afbraakproducten van XTC zijn schadelijk voor de cellen die serotonine produceren. Na enige tijd slaat de overmaat aan serotonine daardoor om in een tekort. Dat geeft een kater. In ernstige gevallen kan het leiden tot depressies en geheugenproblemen.

Serotonine heeft daarnaast ook nog een vaatvernauwende werking. Een verhoogd niveau aan serotonine kan leiden tot verstoring van de doorbloeding van de hersenen. Ook dat heeft zijn uitwerking op het functioneren ervan.

Met betrekking tot alcohol is al heel lang bekend dat hij krimp van het hersenweefsel kan veroorzaken. Dat is voor het eerst geconstateerd bij lijkschouwing van overleden alcoholisten. In 1976 pasten J.H. Fox en medewerkers de moderne techniek van computertomografie toe op alcoholisten. Zij konden daarmee binnen de schedel kijken van levende personen zonder te opereren. De alcoholisten bleken holten in de hersenen te vertonen. Er was hersenweefsel verloren gegaan.

In 1980 publiceerden L.A. Cala en medewerkers de resultaten van een onderzoek van de hersenen van alcoholisten en forse drinkers. Van de alcoholisten had slechts 12% "normale" hersenen, van de zware drinkers 33%. Vervolgonderzoek met de modernste apparatuur liet in 1981 zien dat fysieke schade aan de hersenen al zichtbaar was bij een niveau van 3 glazen drank per dag.

De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat incidenteel fors alcoholgebruik eveneens fysieke schade aan de hersenen kan toebrengen. Verder kan ook alcoholgebruik leiden tot depressies, en bij gebruik op jonge leeftijd tot leerproblemen.

Over cannabis valt in grote lijnen hetzelfde te zeggen als over alcohol : verminderd leervermogen, vaker depressies en na langdurig fors gebruik ook fysieke aantasting van het hersenweefsel. Het verschil is alleen dat het meeste onderzoek aan cannabis van de afgelopen tien à twintig jaar dateert.

Het voorgaande is alle reden om roesmiddelen met een flinke portie wantrouwen te bejegenen.

Dingeman Korf