Stichting ANGOB

 

RODE WIJN TOCH NIET LEVENSVERLENGEND

De mythe dat één glaasje rode wijn per dag levensverlengend zou zijn brokkelt steeds meer af. Onlangs hebben Nieuwzeelandse onderzoekers laten zien dat een positief effect van resveratrool op de levensduur alleen goed aantoonbaar is bij lagere levensvormen als gisten, aaltjes en fruitvliegjes, maar minder of niet bij vissen en muizen.

De mythe van het gunstige effect van rode wijn dateert inmiddels van ruim een kwart eeuw geleden. Nader onderzoek maakte enkele jaren later al duidelijk dat het om de stof resveratrool ging (een stof uit de groep van de flavonoïden) en niet om de wijn als zodanig. Resveratrool zit in de schil en de pitten van rode druiven. Rood druivensap bleek eenzelfde gunstig effect te hebben als rode wijn.

Verder onderzoek aan proefdieren bracht aan het licht dat het effect niet bestaat uit een vertragen van het verouderingsproces, maar uit het tegengaan van hart- en vaatziekten en in iets mindere mate ook het tegengaan van kanker. Het zou dus een indirect effect op de levensduur zijn, geen direct effect.

Flavonoïden komen in veel planten voor, niet alleen in blauwe druiven. Het zijn stoffen waarmee planten zich verdedigen tegen infecties, met name tegen infecties door schimmels. Veel soorten groente en fruit leveren daardoor een bijdrage aan de bescherming tegen hart- en vaatziekten en tegen kanker. Naast resveratrool is ook quercetine (zit in uien) een effectief flavonoïde.

Een gunstig effect op hart en bloedvaten is bij proefdieren tot nu toe niet alleen aangetoond voor blauwe druiven, maar inmiddels ook voor appels, thee, cacao, olijfolie, boekweit, uien, knoflook, rabarber, bramen en sommige bonensoorten. Alles gebaseerd op de daarin aanwezige flavonoïden. Een gevarieerd dieet met voldoende groeten en fruit levert daarom voldoende flavonoïden voor een mens. Iedere dag een glas rode wijn kan daar weinig tot niets aan bijdragen.

De onderzoekers van de universiteit van Dunedin, onder leiding van dr. K. Hector hebben zich specifiek gericht op een eventueel levensverlengend effect van resveratrool. Zij constateerden dat bij levensvormen met asexuele voortplanting (gisten, aaltjes) een duidelijk levensverlengend effect te constateren viel. Bij insecten (fruitvliegjes) waren de resultaten positief maar wisselvallig. Bij vissen waren de resultaten minder duidelijk en nog wisselvalliger. Bij gewervelde dieren (vissen, muizen) werd ook duidelijk dat een positief effect pas zichtbaar werd wanneer de dieren op een hongerdieet gehouden werden.

Niet beantwoord is hiermee de vraag of het om een echt effect op het verouderingsproces gaat, of dat de beschermende werking tegen met name schimmelinfecties de verlenging van de levensduur veroorzaakt. Dat laatste lijkt het meest waarschijnlijk. Een hongerdieet vermindert de weerstand tegen zowel bacteriële infecties als schimmelinfecties. Die verminderde weerstand zou dan door resveratrool weer op peil gebracht worden.
De onderzoekers concluderen verder dat het bij de huidige stand van de kennis, niet verantwoord is om resveratrool als levensverlengend middel op de markt toe te laten.

Dingeman Korf