Stichting ANGOB

 

Alcohol kreeg weer een uitzonderingspositie
INFORMATIEVE ETIKETTERING VOEDINGSMIDDELEN

Sinds 13 december 2014 moeten de etiketten op voedingsmiddelen de consument duidelijke, volledige en beter leesbare informatie verschaffen over het betreffende consumptieartikel. Alcoholhoudende dranken zijn echter van die verplichting vrijgesteld.

De nieuwe etiketteringsregels zoals die in ons land gelden voor voedingsmiddelen, zijn een uitvloeisel van Europese richtlijnen. De eerste Europese richtlijnen voor de etikettering van voedingsmiddelen waren gebaseerd op het recht van consumenten om geïnformeerd te worden over de samenstelling van wat zij eten en drinken. Zij waren bedoeld voor alle voedingsmiddelen. De alcoholbranche bleek het echter oneens te zijn met de verplichting om uitgebreid melding te maken van de bestanddelen in zijn producten. Door middel van een stevige lobby bij de Europese Commissie en het Europarlement, wist de branche in 2011 voor zijn producten vrijstelling te krijgen van de bestanddelendeclaratie.

In 2014 was de declaratie aan herziening toe. Deels wegens nieuwe ontwikkelingen en deels wegens gebleken onvolkomenheden. Na het zomerreces begonnen de discussies. De alcohollobby wenste verlenging van de vrijstelling voor zijn producten. Volksgezondheids-deskundigen betoogden juist dat aan die vrijstelling een einde gemaakt diende te worden. De Britse Europarlementariër Glenis Willmott tekende als parlementslid protest aan tegen de verlenging. En de Royal Society for Public Health (RSPH), onder leiding van voorzitster Shirley Cramer, organiseerde een enquête over de kwestie. Op grond van de uitkomst daarvan begon Cramer een campagne tegen de vrijstelling.

In een interview voor de BBC noemde Cramer het onaanvaardbaar dat het publiek straks uitgebreid geïnformeerd zou worden over calorieën, vitaminen en mineralen in zijn vruchtensappen, frisdranken en mineraalwaters, maar niet over die in alcoholhoudende dranken. De consument kan daardoor verkeerde keuzes maken. Zij deed een beroep op het Europarlement om een einde te maken aan de uitzonderingspositie van alcoholhoudende dranken.

Hierbij valt nog een kritische kanttekening te maken. In het verre verleden was in ons land de verkoop van alcoholhoudende dranken voorbehouden aan de slijter. Toen de supermarkten ontdekten dat er aan alcohol veel te verdienen viel, bepleitten zij dat zwak-alcoholhoudende dranken tot de levensmiddelen gerekend moesten worden. Nu er voor levensmiddelen uitgebreide etiketteringsvoorschriften zijn uitgevaardigd, willen zij ineens dat drank anders behandeld moet worden dan levensmiddelen. Een merkwaardige inconsequentie !

Inmiddels heeft de Europese Commissie beslist dat de uitzonderingspositie voor alcoholhoudende dranken voorlopig gehandhaafd blijft. Die vrijstelling is wel enigszins beperkt. Hij geldt alleen voor dranken met meer dan 1,2 procent alcohol. Alcoholvrij bier en alcoholarm bier hebben dus geen vrijstelling. Dat maakt de uitzonderingspositie voor drank nog merkwaardiger. Alcoholarm bier heeft geen uitzonderingspositie, maar het Zweedse licht bier (2 tot 2,5 procent alcohol) wèl.

Er is nog één ontsnappingsroute open. De Europese richtlijnen zijn minimumeisen waar de lidstaten aan moeten voldoen. Afzonderlijke landen mogen verder gaan indien dat in het belang van de volksgezondheid is. Shirley Cramer heeft al aangegeven dat bij aanvaarding van de uitzonderingspositie voor drank, de RSPH voorstelt dat Groot-Brittannië voor het eigen grondgebied die uitzonderingspositie afwijst. De RSPH is van mening dat tenminste vermelding van het aantal calorieën verplicht gesteld moet worden.

Wat geldt voor Groot-Brittannië, kan ook voor Nederland gelden. Vermelding van het aantal calorieën is nuttig bij het tegengaan van overgewicht.

Dingeman Korf