Stichting ANGOB

 

ALCOHOLBRANCHE WIL VOORAL EIGEN IMAGO OPPOETSEN

Toen in 1986 de nota "Alcohol en Samenleving" door de Tweede Kamer als richtsnoer voor het alcoholbeleid werd aanvaard, leek het toekomstige beleid duidelijk. De alcoholproblematiek was tot een maatschappelijk probleem verklaard, dat aangepakt zou worden door een samenhangend pakket van vier soorten beleidsinstrumenten. De kennis bij het publiek over problemen en risico's van alcohol, zou vergroot worden door voorlichting. De hulpverlening zou effectiever gemaakt en op vroegtijdiger ingrijpen gericht worden. De wetgeving met betrekking tot de verstrekking van alcohol zou strenger gemaakt worden. En op commercieel terrein zouden er besluiten over de prijs van, en reclame voor alcohol genomen worden. De nota gaf op elk van deze terreinen suggesties voor een groot aantal concrete maatregelen.

Toen het op uitvoering van één en ander aankwam, rezen er echter moeilijkheden. De alcoholbranche had een tegenoffensief gelanceerd. Zij wilde omzetverlies ten koste van alles voorkomen. Dus voerde zij de reclamebudgetten fors op, om het effect van de overheidsvoorlichting te ondermijnen. Kamerleden en beleidsambtenaren werden bewerkt met argumenten over de positieve effecten van alcohol, en met het dreigement van werkloosheid voor geval de suggesties van de nota onverkort opgevolgd zouden worden.

Het resultaat was dat het voorgestelde verbod op etherreclame voor alcohol, in de Kamer werd weggestemd. De branche, bij monde van de Stiva, verkondigde overal dat men graag met de overheid wilde samenwerken om het alcoholmisbruik terug te dringen, mits het gebruik ongemoeid werd gelaten. En dus ging de Tweede Kamer accoord met zelfregulering door de branche bij het terugdringen van de excessen.

Het resultaat van de zelfregulering was de vrijwillige reclamecode voor alcohol. Die code is in feite gericht op kwaliteitsverbetering van de reclame. Slechte reclame is strijdig met de belangen van de branche. De code bevordert dus de belangen van de alcoholbranche, niet het belang van de volksgezondheid. Hij is dus gericht op imagoverbetering van de branche en van het product alcohol.

Voor het project "veilig uitgaan" van de horeca, geldt iets soortgelijks. Men wil graag de veiligheid bevorderen, maar het mag niet ten koste van de omzet gaan. Door symptoombestrijding toont men zijn goede wil. Maar de onderliggende oorzaken pakt men niet aan.

Het meest recente voorbeeld van imagoverbetering voor een alcoholconcern, is de BOB-campagne. Een grote brouwerij heeft campagnematerialen in zijn huisstijl laten ontwikkelen. Het publiek zou daardoor kunnen denken dat de campagne uitgaat van de brouwer. Zuiver imagoverbetering voor de brouwer.

Door alle aandacht te concentreren op het bestrijden van uitwassen, blijft er geen aandacht over voor de kern van het probleem. Dat wil de alcoholbranche. Uitwassen bestrijden is echter dweilen met de kraan open. Er moeten essentiële politieke en maatschappelijke keuzes gedaan worden, wil een duurzame vermindering van de alcoholproblemen kunnen optreden.

dr.ir. D. Korf