Stichting ANGOB

 

Het gedrag van verslaafden wekt verbijstering en wanhoop (1)

VERSLAVING BETEKENT SOCIAAL ISOLEMENT

Mensen die verslaafd raken, gaan zich volgens hun omgeving “raar” gedragen. Hun gedrag veroorzaakt zorg en wanhoop bij hun verwanten en bij degenen die hen van hun verslaving af willen helpen. Hun gedrag stuit bij allen die het aanschouwen op onbegrip en verbijstering. Waarom doet hij (of zij) nou toch zo raar?

Voor een verslaafde gelden heel andere stimulansen voor het gedrag, dan voor een niet-verslaafde. Volgens de definitie is een verslaafde iemand die de beheersing over zijn gebruik kwijt is geraakt. Een definitie die vooral voor buitenstaanders betekenis heeft. Vanuit de verslaafde zelf bezien, is de kern van de zaak dat zijn prioriteiten in het leven heel anders zijn komen te liggen. Het verkrijgen en gebruiken van het middel waaraan hij verslaafd is, heeft een zeer hoge prioriteit verkregen. Voor een ernstig verslaafde heeft het zelfs de allerhoogste prioriteit.

Het gedrag van een verslaafde, en zeker van een ernstig verslaafde, wordt daarom bepaald door de verkrijgbaarheid van zijn middel in de cultuur waarin hij verblijft. Sociale en culturele normen en waarden maakt hij ondergeschikt aan prioriteit nummer één in zijn leven : het gebruik van het middel. Is dat middel vrij verkrijgbaar, dan blijft de verslaafde nog heel lang functioneren zonder dat zijn verslaving erg opvalt. Is het niet vrij verkrijgbaar, dan komt het al snel tot gedrag dat strijdig is met de geldende normen en waarden.

Verslaving aan tabak of alcohol, wordt in onze samenleving in hoge mate geaccepteerd. 

Tabakverslaafden hebben het ervoor over om jaren te vroeg, en op een zeer onplezierige manier dood te gaan, als zij maar kunnen roken. De geschiedenis heeft ons geleerd dat in situaties waarin niet of nauwelijks tabak verkrijgbaar is, mensen tot diefstal, verkoop van hun bezittingen of prostitutie over blijken te gaan, om maar te kunnen roken. Voor alcohol geldt hetzelfde.

Alcohol en tabak zijn vrij verkrijgbaar, en voor de verslaafde meestal niet te duur. 

Tot typerend  “verslaafd gedrag” komt het in eerste instantie daarom niet. Dat verandert wanneer de omgeving hem op de verkeerde manier van zijn verslaving af probeert te helpen. De verslaafde wordt van zijn middel afgesneden, niet door financiële of organisatorische barrières, maar door psychologische. Dan komt het tot uitingen van verslaafd gedrag als liegen, afspraken niet nakomen, stiekem gebruik, het middel verstoppen, belangrijke zaken verwaarlozen, enz.

Bij druggebruikers verloopt de ontwikkeling naar verslaafd gedrag veel sneller. Vooral bij hard-drugs worden de financiële grenzen al heel snel bereikt wanneer men verslaafd raakt. Dan komen zaken als fraude en bedrog, diefstal, beroving, bedelen of prostitutie naar voren als middelen om te voldoen aan de eerste prioriteit in het leven : het gebruik van het middel.

Doordat hij andere prioriteiten stelt dan “gewone” mensen, redeneert en reageert een verslaafde anders dan die mensen. Hij is een soort “marsmannetje” geworden, afkomstig uit een geheel andere cultuur. Hij heeft zich niet alleen van de samenleving geïsoleerd door zijn gedrag, maar is voor die samenleving ook nog eens onbegrijpelijk geworden in zijn reacties. Zij verstaan elkaar niet meer, kunnen geen echt contact meer leggen.

Een ander begrijpen, contact met een ander leggen, betekent bij de ander dingen herkennen die je zelf ook zo ervaart of kunt navoelen. De verslaafde is echter vaak onbegrijpelijk, onbetrouwbaar of anti-sociaal. Hij komt uit een geheel andere cultuur, waar wij verstandelijk misschien over kunnen praten, maar die wij emotioneel niet kunnen aanvoelen. En van zijn kant kan de verslaafde onze emoties niet meer aanvoelen. Zo kunnen ouders en kinderen door verslaving van één van beiden, volslagen vreemden voor elkaar worden, die elkaar niets meer te zeggen hebben.

 Dingeman Korf