Stichting ANGOB

 

WEER NIEUW GENEESMIDDEL TEGEN ALCOHOLVERSLAVING

Op 1 maart van dit jaar maakte het farmaceutische bedrijf Lundbeck bekend dat zijn product Selincro goedkeuring van de Europese Commissie had verkregen voor toepassing tegen alcoholzucht. Evenals het nieuwe behandelmiddel Baclofen, waarover wij mei 2011 berichtten, gaat het om een product dat voor andere toepassingen al langer in gebruik is.

De goedkeuring voor Selincro is verleend op grond van een drietal "dubbelblinde" onderzoeken naar de werkzaamheid en veiligheid van het product. Daarbij waren in totaal ruim 2.000 proefpersonen betrokken. De stof werd over het algemeen goed verdragen, bijwerkingen waren licht en van voorbijgaande aard.

Proefpersonen die behandeld werden met Selincro, gingen drastisch minder alcohol drinken. Het effect werd vrij langzaam zichtbaar. Na één maand hadden de proefpersonen hun alcoholgebruik gemiddeld met 40 procent verminderd, en na zes maanden met gemiddeld 60 procent.
Selincro verzwakt de drang tot alcoholgebruik, en vermindert daardoor de kans op door blijven drinken. Uit de hand lopen van het alcoholgebruik wordt daardoor tegengegaan. Verstokte voorstanders van matig alcoholgebruik suggereren zelfs dat een preventief pilletje voorafgaand aan het uitgaan, problemen kan voorkomen!

Lundbeck zal Selincro op de markt brengen als onderdeel van een nieuwe behandelingsmethode die naast het gebruik van het medicijn, ook een permanente psychosociale ondersteuning omvat. Dat zullen bovengenoemde uitgaanders echter niet willen.

De verwachting is dat Selincro midden 2013 op de markt gebracht gaat worden. Allereerst in de Skandinavische landen, Lundbeck is per slot van rekening een Skandinavisch bedrijf. Later in het jaar hoopt men het ook in andere Europese landen op de markt te brengen.

Selincro is farmacologisch gezien een opium antagonist. De stof wordt tot nu toe gebruikt in de diergeneeskunde voor het beëindigen van een narcose. De stof is al in 1974 ontdekt en geoctrooieerd. Net als bij Baclofen zijn de octrooien dus allang verlopen (Baclofen dateert van 1968).
Zowel de "oude" stoffen Baclofen en Selincro, als de "nieuwe" stof Campral (1988) verminderen de zucht naar alcohol. Zij ondersteunen de wilskracht om nee te zeggen tegen een aangeboden alcoholisch drankje. Daarmee verschilt de werking van het oude middel Refusal dat direct op de stofwisseling werkt.
Refusal blokkeert de afbraak van alcohol in de lever. Daardoor blijft die afbraak steken bij het tussenproduct aceetaldehyde. Iemand die refusal gebruikt en toch alcohol consumeert, krijgt daardoor te maken met de zeer onaangename effecten van vergiftiging door aceetaldehyde. Medisch gesproken : refusal roept een aversie tegen alcohol op.

Baclofen, Campral en Selincro werken alle drie via het limbisch systeem van de hersenen. Dat is het deel van de hersenen dat betrokken is bij emoties en instinctieve reacties. De middelen verminderen de "zucht", het onbedwingbare verlangen naar het effect van het roesmiddel. Het probleem bij verslaving is namelijk het feit dat veel patiënten wel willen stoppen, maar het niet kunnen. Dat betekent dat het limbisch systeem in de hersenen het rationele systeem overheerst.

Baclofen, Campral en Selincro werken daardoor alleen effectief na psychotherapie gericht op het opbouwen en versterken van de wil om te stoppen of te minderen. Het rationele systeem van de hersenen moet versterkt worden, want de wil om verstandig te handelen is onontbeerlijk. De middelen moeten dan jarenlang ingenomen blijven worden, en intensieve psychosociale begeleiding is vereist. Dit in tegenstelling tot het effect van refusal.
Onlangs is uit langlopend onderzoek van Campral bekend geworden dat slechts één op de vijf alcoholisten er blijvend baat bij heeft. Ook Baclofen werkt niet bij alle verslaafden. Van Selincro dient dit afgewacht te worden.

Excessief alcoholgebruik is vooral een probleem van de Westerse wereld. In Europa kampen meer dan 14 miljoen inwoners met problematisch alcoholgebruik. Daar wordt nauwelijks iets tegen gedaan. Alcoholgebruik is van oudsher een cultureel geaccepteerde gewoonte, en de grens tussen aanvaardbaar en onaanvaardbaar gebruik is vaag en afhankelijk van de omstandigheden. Daardoor ontvangt slechts acht procent van de patiënten enige vorm van behandeling. Er ligt dus nog een enorme markt braak voor een effectief middel.

Dingeman Korf